Vanaf 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Je kunt zonnestroom die je teruglevert dan niet meer wegstrepen tegen elektriciteit die je van het net afneemt. Daardoor wordt het belangrijker om je eigen zonnestroom zoveel mogelijk zelf te gebruiken.
Wat betekent dit voor je energierekening?
Tot en met 2026 kun je teruggeleverde stroom verrekenen met je netafname. Vanaf 2027 betaal je voor alle elektriciteit die je van het net afneemt, inclusief belastingen. Voor teruggeleverde zonnestroom ontvang je een aparte vergoeding.
Tot 1 januari 2030 moet die vergoeding minimaal 50% van het kale leveringstarief bedragen. Dat is het tarief zonder belastingen, dus niet de helft van je volledige stroomprijs. Leveranciers kunnen daarnaast terugleverkosten rekenen. Bekijk daarom altijd de vergoeding én de kosten in je energiecontract.
Zelf gebruiken wordt belangrijker
Zonnestroom die je direct in huis gebruikt, hoef je niet in te kopen. Laat bijvoorbeeld je vaatwasser overdag draaien of laad je elektrische auto op wanneer je zonnepanelen voldoende stroom produceren.
Een plug-in thuisbatterij kan helpen om een deel van je zonnestroomoverschot te bewaren voor de avond of nacht. Zo lever je minder terug en neem je later minder stroom af.
Een batterij vervangt salderen niet volledig: de opslagcapaciteit en het vermogen zijn beperkt, en bij laden en ontladen gaat energie verloren. De besparing hangt af van je verbruik, zonne-opbrengst, energiecontract en de kosten van het systeem. Een vaste terugverdientijd is daarom niet te garanderen.
Hoe bereid je je voor?
Begin met inzicht in je afname en teruglevering, bijvoorbeeld met een P1-meter. Verschuif waar mogelijk bestaand verbruik naar zonnige uren en onderzoek daarna of een batterij bij je situatie past.
Je zonnepanelen blijven ook na 2027 waardevol. De nadruk verschuift van jaarlijks verrekenen naar je zonnestroom gebruiken op het juiste moment.